Kwetsbaarheid en ongelijkheid

Kwetsbaarheid was een veelbesproken thema tijdens de coronapandemie. Veelal uitgelicht in nieuwsartikelen maar ook alom ervaren, soms op afstand en soms van dichtbij, speelde het een rol in vrijwel ieders leven. Kwetsbaarheid nam meerdere vormen aan, waaronder sociale kwetsbaarheid (een maatschappelijk-historische context waardoor sommige mensen worden bedreigd met sociale uitval of uitsluiting) vaak gecombineerd met mentale en/of lichamelijke kwetsbaarheden (bijvoorbeeld door een gebrek aan slaap, beweging, adequate voeding, middelen, sociaal contact, dagbesteding, lichamelijke beperkingen). Voor sommige groepen, zoals individuen met chronische ziekten, mensen met verstandelijke beperkingen of ouderen, overlapten deze vormen van kwetsbaarheid daarbij met een verhoogd risico op infectie, ofwel “medische” kwetsbaarheid.

Opzet module

Deze module bundelt de belangrijkste lessen over kwetsbaarheid en ongelijkheid zoals die naar voren kwamen uit verschillende onderzoeksprojecten. De inzichten laten zien hoe bestaande structuren en beleid invloed hadden op wie geraakt werd en op welke manier.

Kwetsbaarheid is geen vast gegeven

Wat is kwetsbaarheid nou eigenlijk? Tot op zekere hoogte is iedereen kwetsbaar. Mensen worden veelal in een kwetsbare positie gebracht. Mensen zijn kwetsbaar binnen de context waarin zij leven, hun positie en hoe we daar als maatschappij wel of niet oog voor hebben bepalen de mogelijkheden die hen worden geboden.

Onderzoek eerst:

  • Wat kwetsbaarheid inhoudt voordat het gedefinieerd wordt en in beleid wordt uitgezet
  • Welke mensen worden in kwetsbare omstandigheden gebracht? Op wat voor manieren?

Uit de onderzoeken blijkt dat kwetsbaarheid niet een vast kenmerk van een persoon is, maar ontstaat binnen specifieke omstandigheden. In meerdere projecten werd zichtbaar dat mensen kwetsbaar werden door hun leefomgeving, beperkte toegang tot zorg of veranderend beleid. Dit maakt duidelijk dat kwetsbaarheid dynamisch is en beïnvloed wordt door maatschappelijke keuzes.

Covid Uncovered
Ouderen (70+) afhankelijk van mantelzorg

Een visuele etnografie over de effecten van beleidsmaatregelen op ouderen van 70 en ouder die thuiswoonden maar afhankelijk waren van mantelzorg. Naast een reflectie op de impact van de maatregelen gedurende de pandemie, onderzoekt deze etnografie ook hoe de effecten ervan tot op heden doorwerken.

Er bestaat veel diversiteit onder kwetsbare groepen

Veelal werden alleen mensen met een fysieke beperking als kwetsbaar gezien in beleid en het publieke debat, zoals mensen met een auto-immuunziekte en ouderen, en werd de kwetsbaarheid van hun naasten en anderen over het hoofd gezien. Maar er zijn verschillende soorten kwetsbaarheid, bijvoorbeeld:

  • biologische kwetsbaarheid
  • sociale kwetsbaarheid; en
  • psychologische kwetsbaarheid

Er is sprake van een meerwaarde van het bijeenvoegen van deze groepen want dit maakt bijvoorbeeld beleid mogelijk. Maar hier schuilt ook gevaar achter, want door af te kaderen verdwijnen er ook mensen naar de achtergrond.

Daarnaast is het belangrijk om de grote diversiteit te zien binnen wat wij als kwetsbare groepen definiëren, en de benodigdheden van het individu te erkennen en hierop in te spelen. Sommige mensen met een licht verstandelijke beperking willen bijvoorbeeld niet altijd als “kwetsbaar” gelabeld worden, terwijl anderen juist wel als aparte groep genoemd willen worden.

Een belangrijke les is dat groepen die als ‘kwetsbaar’ worden aangeduid sterk van elkaar verschillen. Onderzoekers zagen dat behoeften, ervaringen en voorkeuren uiteenlopen. Sommige mensen willen niet als kwetsbaar worden bestempeld, terwijl anderen juist erkenning zoeken. Dit vraagt om beleid dat ruimte laat voor maatwerk.

Kwetsbaar in Amsterdam

Het project Kwetsbaar in Amsterdam onderzocht de gevolgen van de coronacrisis voor verschillende kwetsbare groepen in de regio Amsterdam en bracht in kaart hoe hulp werd verleend en op langere termijn georganiseerd kon worden. Onderzoekers, hulpverleners en ervaringsdeskundigen werkten samen aan inzichten en oplossingen, met aandacht voor sociale impact en ethische dilemma’s in de hulpverlening.

Niet iedereen wordt gelijk geraakt door een crisis

Er was veel bijkomende schade op verschillende gebieden. Waar de een meer sociaal geraakt werd door in isolatie te moeten, had de ander te maken met inkomensverlies. Dus het is ongelijk, maar ook nog eens heel verschillend. Bijvoorbeeld ongedocumenteerden waren er tijdens de pandemie vaak fysiek en sociaal slechter aan toe, bleken vaker besmet, en werden in eerste instantie niet meegenomen in test- en vaccinatiecampagnes.

Het effect van versoepelingen was ook niet gelijk voor iedereen. Wat voor de één een versoepeling was, was voor de ander juist weer een restrictie. Het wegvallen van bezoek in verpleeghuizen had op sommige patiënten juist een positief effect. Na een lockdown was de toename van drukte in winkels bijvoorbeeld voor sommige psychiatrische patiënten juist een teruggang naar sociale isolatie door angst voor besmetting.

Statistieken zijn niet altijd een afspiegeling van de werkelijkheid

Juist mensen die zich in sociaal kwetsbare situaties bevonden waren minder goed in beeld, doordat zij bijvoorbeeld minder vaak mee konden doen (i.v.m. lage toegankelijkheid) aan bestaande vragenlijstonderzoeken, zich minder lieten testen, of doordat in veel statistieken geen informatie werd opgenomen over hun achtergrond. Daardoor bleef bestaande ongelijkheid onzichtbaar.

Gegevens over migratieachtergrond ontbraken bijvoorbeeld in Nederland in veel van de registraties die tijdens de COVID-19 crisis relevant waren (bijv. ziekenhuisopnamen, gegevens over testen, en over vaccineren). Door koppelingen aan te brengen (bijv. tussen een cohortstudie en GGD-gegevens over testen en vaccineren) is veel informatie verkregen over patronen in relevante parameters naar etnische herkomst. Maar daar is veel tijd overheen gegaan, en veel van die onderzoeksresultaten zijn pas in een heel laat stadium beschikbaar gekomen; te laat om het preventiebeleid te kunnen informeren

HERoS
Jongeren in het voortgezet onderwijs

De etnografische film We thought it would be fun, uitgevoerd binnen het HERoS-project, laat de ervaringen van leerlingen en docenten tijdens de coronacrisis in het voortgezet onderwijs zien. De film richt zich op adolescenten, die minder kwetsbaar waren voor het virus zelf, maar paradoxaal genoeg zwaar werden geraakt door de coronamaatregelen en de psychosociale gevolgen daarvan.

Universele maatregelen pakten niet voor ieder hetzelfde uit

Toegankelijkheid tot zorg was niet gelijk voor iedereen. Zo konden daklozen op een gegeven moment alleen maar het Janssen vaccin ontvangen. Het idee was dat ze er hierdoor na één vaccinatie klaar zouden zijn wat gezien hun omstandigheden logisch leek. Veel daklozen ervaarden hierdoor dat ze geen alternatief hadden, wat werd versterkt door berichtgeving over mogelijke risico’s van het Janssen-vaccin.

Voor velen was het beter geweest om de vaccinatie laagdrempeliger en beter beschikbaar aan te bieden (in de buurt, vlak bij de metro, op daklozenopvang, prikbus, etc.) en zonder een Burgerservicenummer te vereisen (dit werd uiteindelijk in sommige regio’s ook toegepast).

Sommige beleidsmaatregelen leidden ook tot verdere polarisatie. Bijvoorbeeld door het narratief dat ongevaccineerden de pandemie in stand hielden, waaronder ook veel sociaal kwetsbare groepen. Of doordat toegang tot bepaalde locaties als cafés en restaurants ongelijk werd door de CoronaCheck-app; men had nu een QR-code nodig om binnen te mogen komen. Hierdoor verloren sommige kwetsbare groepen, met name daklozen, toegang tot voorzieningen die essentieel waren in het dagelijks leven (bijvoorbeeld toegang tot een toilet).